29 juni 2026

De digitale transformatie in de zorg zet door. Cliëntenportalen worden massaal omarmd en steeds meer zorgorganisaties zetten technologie in. Toch is er een opvallende en zorgwekkende stagnatie: de digitale samenwerking met het informele netwerk. Terwijl de werkdruk stijgt, laten we een enorme kans liggen om naasten effectiever te betrekken. Wat is hier aan de hand?

De paradox van de Monitor Digitale Zorg

De recente cijfers van de Monitor Digitale Zorg, een jaarlijks onderzoek van ECP en Nictiz, schetsen een beeld met twee gezichten. Aan de ene kant zien we een duidelijke groei. Het gebruik van cliëntenportalen is bijvoorbeeld een groot succes: 78% van de Nederlanders heeft toegang en 42% maakt er actief gebruik van om bijvoorbeeld afspraken te maken of uitslagen in te zien. Dit toont aan dat zowel burgers als zorgverleners de weg naar digitale zorg steeds beter weten te vinden.

Aan de andere kant onthult de monitor een hardnekkig probleem. Waar het gaat om de communicatie met mantelzorgers en het bredere sociale netwerk, staan we al drie jaar stil. Slechts 13% van de zorgprofessionals gebruikt digitale tools om informatie te delen met of de zorg af te stemmen met naasten. Dit cijfer is al sinds 2021 onveranderd.

Deze stilstand is een pijnlijke paradox. Juist in een tijd van nijpende personeelstekorten en een groeiende zorgvraag, is een sterke samenwerking tussen formele en informele zorg essentieel. De technologie is er, de noodzaak is overduidelijk, maar de adoptie in de praktijk blijft uit. De monitor concludeert dat we op een kantelpunt staan: digitale zorg wordt steeds meer de standaard. Maar als we het cruciale aspect van netwerkzorg hierin niet meenemen, bouwen we een systeem dat een van zijn belangrijkste pijlers negeert.

Technologie versterkende factor in communiceren

De cijfers zijn duidelijk, maar wat betekenen ze voor de dagelijkse praktijk in jouw organisatie? De stagnatie in digitale communicatie met naasten is meer dan een statistiek; het is een symptoom van een dieperliggende uitdaging. We praten al jaren over de verschuiving van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen met’, maar de praktijk laat zien dat we deze stap digitaal nog niet hebben gezet.

Het effectief betrekken van familieleden hoeft niet te leiden tot meer werk voor de zorgprofessional. Integendeel. De angst dat digitale communicatie met naasten extra tijd kost, is vaak gebaseerd op de traditionele, ad-hoc manier van contact: telefoontjes op ongelegen momenten en gesprekken in de wandelgangen. Gestructureerde digitale communicatie kan dit juist kanaliseren en efficiënter maken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Eén centraal communicatiekanaal: In plaats van tien losse telefoontjes, deel je een update op een afgesproken, veilige plek. Dit informeert de hele familie in één keer en voorkomt dat de professional continu hetzelfde verhaal moet vertellen.
  • Verwachtingsmanagement: Een goed ingericht digitaal platform maakt duidelijk welke informatie familieleden kunnen verwachten en hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren. Dit verhoogt de betrokkenheid van naasten op een proactieve manier.
  • Efficiëntere coördinatie: Het plannen van bezoek, het verdelen van taken of het organiseren van respijtzorg wordt eenvoudiger als het netwerk via een gezamenlijk platform kan samenwerken, zonder dat de zorgprofessional de spin in het web hoeft te zijn.

“Wij willen binnen de gehandicaptenzorg echt inzetten op het versterken van netwerk van cliënten. In gesprekken met cliënten, medewerkers, vrijwilligers en verwanten kwam steeds hetzelfde naar voren: communicatie moest eenvoudiger, persoonlijker en sneller.”

Jony Meekel, stichting SIG

Samenwerking van de zorg driehoek

De échte kans ligt in het versterken van de driehoek cliënt-professional-mantelzorger. Door informatie laagdrempelig en veilig te delen, creëer je een partnerschap. Een goed geïnformeerde mantelzorger kan betere ondersteuning bieden, signaleert problemen eerder en voelt zich meer gewaardeerd. Dit leidt niet alleen tot betere zorg voor de cliënt, maar verlaagt op termijn ook de druk op jouw teams én op die van mantelzorgers.

De uitdaging is dus niet primair technologisch, maar cultureel en organisatorisch. Het vraagt om een duidelijke visie op samenwerking en de bereidheid om werkprocessen aan te passen. De vraag die je jezelf kunt stellen, is niet óf je naasten digitaal wilt betrekken, maar hóe je dit op een manier doet die het zorgproces versterkt in plaats van belast.

Is de communicatie met mantelzorgers in jouw organisatie een integraal onderdeel van het zorgproces, of is het nog steeds een ‘extra’ taak die erbij komt als er toevallig tijd is?